Notitie – Wisława Szymborska

Leven is de enige manier
om met bladeren begroeid te raken,
op het zand naar adem te happen,
op vleugels proberen op te vliegen;

om hond te zijn
of hem over zijn gladde vacht te aaien;

om pijn te onderscheiden
van alles wat geen pijn is;

om zich in gebeurtenissen te bevinden,
zich in een uitzicht te verbergen,
naar de kleinst mogelijke vergissing te speuren.

Een uitzonderlijke kans
om je even te herinneren
waarover werd gesproken
toen de lamp niet brandde

en om ten minste eenmaal
over een steen te struikelen,
in een of andere regen nat te worden,
je sleutels kwijt te raken in het gras;

en een vonkje in de wind na te kijken;

en zonder ophouden iets belangrijks
niet te weten.

Wisława Szymborska (1923-2012)
Uit: Einde en begin – Verzamelde gedichten
bundel ‘Het moment’ (2002)
vertaling Gerard Rasch.

Advertenties

Enige woorden over de ziel – Wisława Szymborska

Een ziel heb je nu en dan.
Niemand heeft haar ononderbroken
en voor altijd.

Dagen en dagen,
jaren en jaren
kunnen zonder haar voorbij gaan.

Soms verwijlt ze alleen in het vuur
en de vrees van de kinderjaren
wat langer bij ons.
Soms alleen in de verbazing
dat we oud zijn.

Zelden staat ze ons bij
tijdens slopende bezigheden
als meubels verplaatsen
en koffers tillen
of een weg afleggen op knellende schoenen.

Bij het invullen van formulieren
en het hakken van vlees
heeft ze doorgaans vrij.

Aan een op de duizend gesprekken
neemt ze deel,
maar zelfs dat is niet zeker,
want ze zwijgt liever.

Wanneer ons lichaam begint te lijden en lijden,
verlaat ze stilletjes haar post.

Ze is kieskeurig:
ze ziet ons liever niet in de massa,
walgt van onze strijd om maar te winnen
en van ons wapengekletter.

Vreugde en verdriet
zijn voor haar geen twee verschillende gevoelens.
Alleen als die twee zijn verbonden,
is ze bij ons.

We kunnen op haar rekenen
wanneer we nergens zeker van zijn,
maar alles willen weten.

Wat materiële zaken betreft
houdt ze van klokken met een slinger
en van spiegels, die vlijtig hun werk doen,
ook wanneer niemand kijkt.

Ze vertelt niet waar ze vandaan komt
en wanneer ze weer van ons verdwijnt,
maar lijkt zulke vragen beslist te verwachten.

Het ziet er naar uit
dat net als wij haar
zij ons ook
ergens voor nodig heeft.

Wisława Szymborska (1923-2012)
Uit: Einde en begin – Verzamelde gedichten
bundel ‘Het moment’ (2002)
vertaling Gerard Rasch.