Tweeduizendzoveel – Menno Wigman

Tweeduizendzoveel. Nacht. Krant. Lamp.
Zolang je letters leest werkt je verstand.

Mijn tv – die niet weet dat ik besta –
bewoont een kamer waar ik alles zie.

Zag laatst een leeszaal waar een meisje sliep
en droomde later van bibliotheken

waar ieder boek een boekwerk zat te lezen,
Proust om Lenin, Hitler om Warhol geeuwde.

Tweeduizendzoveel. Pixels, steeds meer pixels.
De nieuwsdienst pokert met je hoofd.

Geloof niet in vrede, geloof in roem,
de drift waarmee we alles overdoen.

En duizend dikke Elvissen maar stralen.
En juichend vaart een oorlogsbodem uit.

Te zeggen dat we niks geleerd… (volgt een citaat
verluchtigd met een woord als god, ras, haat).

Menno Wigman  (1966-2018)
uit: Mijn naam is Legioen, 2012

Tekening: Judith Vanistendael

 

Advertenties

Kust – Dick Hillenius

Elk ontstaan is op grensvlakken
druppels van de ene wereld uitspattend
en aanpassend aan de andere

toen het water stil werd en koeler
ontstond door de inval van licht leven
en waar de zee het land kust
(dans van eb en vloed, elke golf herhaalde paring)
beginnen telkens niewe landdieren
en ook de terugkeer van land naar zee
van lucht naar zee, naar land
elke grensovergang verrijkt
dwingt tot nieuwe eigenschappen

of is ontwikkeling niets dan opgeven van bereiktheden
steeds berooider worden, tastend naar wat een kern moest zijn
de reiziger een rollende steen

Dick Hillenius  (1927-1987)

In den beginne – Wim Brands

In den beginne was er een verhaal over vertrekken
dat hij op een regenachtige maandagochtend
vertelde.

Hij huilde niet, jij ook niet, hij sprak alsof
hij je wilde bedanken, jou, omdat er
niemand anders was.

En toen was hij dan echt vertrokken.
Daar lag hij. Zoek mij niet, leek
hij te zeggen, ik ben de woestijn in,

naar het poolijs, op zoek naar God die
uiteindelijk de beste verhalen kent;
en mocht hij slapen

dan weet ik dat hij ook dan
onophoudelijk aan poëzie denkt.

Wim Brands  – 29/03/1959 – 4/04/2016
uit: ’s Middags zwem ik in de Noordzee, 2014

 

Grondstroom – Jan Vanriet

Verworteld
in ijdele waters
en toch het stof
van sterren

Wij schommelen
op de regelmaat
van planeten

Verwondering
is het doel
Wij noemen het geloof
en vertrouwen

Het is groots en genereus
Het is algemeen
Het is van ons

Wij gaan de goede richting uit
Wij kennen de weg, dit is ons terrein
Onze herkomst rekenen wij u niet aan

De verzuchting na een sombere winter:
in guirlandes over de ijspiste
kerstbomen verbranden
de reidans van de drumband
Voor de allerkleinsten
draait de paardenmolen
is er grime

O, het wemelt van herinneringen
en versuikerde wijn

Wij vinden ons terug
behouden in onze taal

Jan Vanriet
Uit: Moederland, 2016

http://www.knack.be/nieuws/boeken/jan-vanriet-schilder-van-het-woord/article-review-673969.html

Warmte, een woonplaats – Ellen Warmond

Liefde en het besef
van liefde daartussen bouwen
mensen een warmende woonplaats

en sprekende zeggen ze: liefste
open je ogen nu langzaam en eet
ik heb het licht voor je aangesneden
of: open je ogen niet drink nu het donker
ik heb de nacht voor je omgekocht

want liefde en het besef
van liefde daaraan ontsteken
ogen en stemmen hun licht
daarin ontbloeien de lippen
daaruit ontstaat het gedicht.

Ellen Warmond
Uit : Warmte, een woonplaats (1961)

http://www.dbnl.org/tekst/_ons003198101_01/_ons003198101_01_0157.php

 

De herinneringen zien mij – Tomas Tranströmer

Uit Preludes – II blz.130:

‘Twee waarheden naderen elkaar. Eén komt van binnen uit, één van buitenaf
en waar zij elkaar ontmoeten bestaat een kans jezelf te zien.’ 

De verzamelde gedichten met proza ‘Herinneringen zien mij’ van Tomas Tranströmer (2011, vertaald door- en met een nawoord van Bernlef) ontleende ik bij de Bib,  heb wel het proza, (gebeurtenissen en herinneringen uit zijn leven),  maar niet alle gedichten gelezen, gedichten vragen langzaam savoureren.
Het boek, dat uitverkocht is en op ’n paar plaatsen zeer duur te koop aangeboden, wil ik graag verlengen bij de Bib  en dan later wéér eens ontlenen, zoals Tomas Tranströmer zelf ook reeds deed toen hij kind was.
Tomas Tranströmer, Zweeds dichter kreeg in 2011 de Nobelprijs voor Literatuur,  in 1990 na een beroerte kreeg hij problemen met zijn spraak en motoriek maar bleef nog schrijven.

Ochtend en toegang

De mantelmeeuw, zonneschepper, zet zijn koers.
Onder hem is het water.
Nog sluimert de wereld als een
veelkleurige steen in het water.
Onverklaarde dag. Dagen –
als de schrifttekens der Azteken!

De muziek. Ik sta gevangen
in haar gobelin, met
geheven armen – als een figuur
uit de volkskunst.

 

De herinneringen zien mij 

Een junimorgen als het te vroeg is
om te ontwaken en te laat om weer in te slapen.

Ik moet eruit, het groen in dat vol zit met
herinneringen, ze volgen mij met hun blik.

Ze zijn onzichtbaar, ze smelten totaal
samen met hun achtergrond, perfecte kameleons.

Ze zijn zo dichtbij dat ik ze hoor ademen
hoewel de vogelzang oorverdovend is.

 

UIT MAART ’79

Moe van iedereen die met woorden komt, met woorden maar niet met taal
begaf ik mij naar het sneeuwbedekte eiland.
Het ongerepte heeft geen woorden.
De ongeschreven bladzijden breiden zich naar alle kanten uit!
In de sneeuw stuit ik op hoefsporen van een ree.
Taal maar geen woorden.

http://tijdschriftraster.nl/michail-bachtin-michel-leiris/gedichten/

https://www.theguardian.com/books/2015/mar/31/tomas-transtromer

 

 

 

 

 

De stem van een cello – Rutger Kopland

Waaraan het geluid van een cello doet denken

de cellist Widlund vertelde me dat
er in dit instrument iets huist – een stem
een al heel oude stem waarnaar je zoekt
als je speelt en die je herkent
als je haar vindt

misschien is het dat waarom ik moet denken
aan de oudste geluiden die ik ken, zoals
neuriën, zingen, kreunen, huilen

en ook aan de kleuren van een woud in de herfst
alsof je het heimwee hoort van de cello
naar zijn plek van herkomst

Rutger Kopland
Uit: ‘Wat water achterliet’,
2004

 

Zeezucht – Hugo Claus

De goden zijn kwetsbaar
Zij sterven uit
Al zijn ze nog zo vruchtbaar
Wij zien het gebeuren

Er rest ons nog de herinnering
aan rozen, aan Ensor zijn baard
de geur van seringen
het gerucht van de ransuil
de lucht van frambozen

de Bloemencorso
een litho van Spilliaert
de IJslandvaart

Sehnsucht?

Zeezucht

Hugo Claus 
uit: Zeezucht  Hugo Claus/illustraties Jan Vanriet
Behoud de Begeerte 2003

Hugo Claus vandaag 10 jaar overleden
(Brugge 05/04/1929 – Antwerpen 19/03/2008)

 

 

 

Zoals de zee zichzelf weerlegt – Herman de Coninck

Zoals de zee zichzelf weerlegt, nee, juist legt,
golf over golf, cliché over cliché,
als kaarten bij een patiencespel,
en zich weer opraapt en zich opnieuw legt;

zoals horizon slechts horizontaal
duldt, zo ver als je kunt kijken,
en zee tien keer per minuut verticaal wil,
zo luid als je kunt horen;

zoals water zwemt om zichzelf te kloppen
in de sprint, een arm zegevierend omhoogsteekt,
waarna nog een arm en nog een arm;
zoals alle water ter wereld zich haast
om aan te komen binnen de tijdslimiet
van de eeuwigheid: zo nu.

Herman de Coninck (1944-1997)
uit: Schoolslag
Verzamelde gedichten