Een boek wegdoen – Judith Herzberg

Een boek wegdoen
dat je nog niet gelezen hebt;
‘ik kom daar niet aan toe
kijk bijna elke dag wel eens
naar mijn enorme stapels.’

Een boek wegdoen dat je twee keer
gelezen hebt is als een goede vriend
ten grave dragen. Samen veel mee-
gemaakt. Vrezen: dat vele
gaat vervagen.

Al vond magie, geloof of bijgeloof
geen ruimte in je kop
een boek wegdoen waarin
een opdracht aan je stond
dat blijft je bij als zonde.

Een boek wegdoen
waarin je halverwege
bent blijven steken.Er
zit een post-it stickertje,
je weet nog steeds niet
wat daar bleek te ontbreken.

Judith Herzberg
Uit: Liever brieven, 2013

http://cobra.canvas.be/cm/cobra/boek/1.1808057

Omdat het vandaag National Book Lovers Day is…

Foto’s: alfabetisch een kleine greep uit mijn boekenkast: Doorgaan met het lezen van “Een boek wegdoen – Judith Herzberg”

Advertenties

Wat geeft het dat wij stilaan haaks staan op de tijd? – Erwin Mortier

Wat geeft het dat wij stilaan haaks staan op de tijd?
Jij leerde mij niet op te kijken. Woorden rijg ik zoals jij

kleren maakt: gebogen, neuriënd.

De muren zinderen. Augustus geselt hun stenen.
Alles staat stil. Jaren vallen met pakken

uit de boom en drogen. Wind
blaast ze overhoop.

Alleen de beste stoffen.
Geur van asfalt in het onweer

en de zatte walm van gerst.
Alleen de felste kleuren. Augustus.

Keizersmaand. Haal het patroon.
Zet de spelden. Ik wet mijn pen

en maak je mooiste wade.

Erwin Mortier
Uit: Vergeten licht, 2000

(Toen Erwin Mortier klein was kwam hij graag in het naaiatelier van zijn grootmoeder.)

http://schrijversgewijs.be/schrijvers/mortier-erwin/

Tijd – M. Vasalis

Ik droomde, dat ik langzaam leefde ….
langzamer dan de oudste steen.
Het was verschrikkelijk: om mij heen
schoot alles op, schokte of beefde,
wat stil lijkt. ‘k Zag de drang waarmee
de bomen zich uit de aarde wrongen
terwijl ze hees en hortend zongen;
terwijl de jaargetijden vlogen
verkleurende als regenbogen …..
Ik zag de tremor van de zee,
zijn zwellen en weer haastig slinken,
zoals een grote keel kan drinken.
En dag en nacht van korte duur
vlammen en doven: flakkrend vuur.
– De wanhoop en welsprekendheid
in de gebaren van de dingen,
die anders star zijn, en hun dringen,
hun ademloze, wrede strijd ….
Hoe kón ik dat niet eerder weten,
niet beter zien in vroeger tijd?
Hoe moet ik het weer ooit vergeten?

M. Vasalis
uit:  Parken en Woestijnen, 1940

Tot toen ging alles goed – Judith Herzberg

Rijkdom is leegte op glanzende tegels
armoede dozen vol halfvolle potten
rijk een veranda met uitzicht op niets
arm een balkon met gereedschap en fietsen
weelde is niets te hoeven bewaren
armoede reddert van winter naar winter
rijkdom is stilte, en stil achter stilte
armoede haast. En zo genoten zij dag en nacht
van wit en van stilte en water en glad
de stenen en het mos dat daar lag.
Judith Herzberg
Uit: Botshol, 1980 

 

L… … Rutger Kopland

We zagen hondjes spelen op het gras
ik dacht aan jou, aan hoe het was
en hoe het worden zou, kijk:

vroeger dacht ik dat ik altijd, altijd
leven zou, net als mijn vader, wij
stonden te kijken zoals wij

nu en nu ik denk aan later, zijn
we gemaakt van tijd. O ja, jij
houdt nog van mij

en ik hou nog van jou, maar denk
al aan je terug en jij denkt wat
bedoelt hij toch. Kijk:

ik ga voorbij, je moet vergeten wat
ik zei, wie ik was, en weten dat
de hondjes blijven spelen op het gras.

Rutger Kopland

 

De zee – Johanna Kruit

De zachte, de zoete, de zoute zee.
Zachtmoedige, zekere, zilveren zee.

De zwiepende, zwoegende, zwoele zee.
De zeegaande, zilte en zoele zee.

De zeezieke zee en de zeldzame zee.
De zeesterrenzee en de zeilende zee.

De zalige, zappende, zedige zee.
Zeegroene, zingende zeepaardjeszee.

De zinkende, zuchtende, zilverzandzee.
De zwemmende, zwevende, zuigende zee.

De zwepende, zwervende, zwalpende zee.
De zwaaiende, zwierige, zompige zee.

De zoemende, zondige, zotte zee.
Met het wiegende, wassende water.

Johanna Kruit

De zomers – Kees Stip

Klaprozen, korenbloemen, barstenvolle
goudgele aren streelden mijn gezicht.
Groengouden vliegen zoemden een gedicht.
Rood liet het ooft de appelwangen bollen.

Zomernachtdonker is gesmolten licht.
Niet bang zijn voor kabouters en voor trollen.
Ze komen ’s nachts het grasveld voor je rollen.
Alleen een dom kind houdt zijn ogen dicht.

Zullen wij dit soort zomers nooit meer zien?
Ging dan het paradijs voorgoed verloren
omdat wij aan de wereld toebehoren?
Huil niet, huil niet, de hemel zal misschien
een zolder in een huis zijn zonder zorgen.
Daar hebben ze die zomers opgeborgen.

Kees Stip 
uit: Au! de rozen bloeien
Sonnetten van bedreigd geluk, 1983

Zand – Paul Snoek

Zand, gedragen door de armen van alle andere zand,
als spieren op het lichaam van een worstelaar, gebald,
onvernielbaar en soepel.

Zand dat speelt in de wind en door de wind wordt bespeeld
met al de kleuren van de schaduw.

Zand, eenzame vlakte, mager en stokoud, lang als de
pijn en droog als de sterfte

of zand over zand over zand.

Paul Snoek
uit: Op de grens van land en zee (1963)

Beemdgras – Judith Herzberg

Dit, dan, is wat wij maken:
in Juni als de weiden gloeien
van boterbloem, zuring, klaver
en bloeiende kniehoge grassen;
een grasbouquet, in een theepot
in het gras gezet. Met onbedroefde
kinderogen vlak voor de voeten
kijken, een van de vroege
genoegens die wij delen.
Dit, dan, wat we van
ons durven verwachten:
gras, in een blauwe theepot,
apart, tussen het groeiend
uitbloeiend, doorlevend gras gezet.

Judith Herzberg
Uit: Beemdgras, 1968

Tijd – Rutger Kopland

Tijd – het is vreemd, het is vreemd mooi ook
nooit te zullen weten wat het is

en toch, hoeveel van wat er in ons leeft is ouder
dan wij, hoeveel daarvan zal ons overleven

zoals een pasgeboren kind kijkt alsof het kijkt
naar iets in zichzelf, iets ziet daar
wat het meekreeg

zoals Rembrandt kijkt op de laatste portretten
van zichzelf alsof hij ziet waar hij heengaat
een verte voorbij onze ogen

het is vreemd maar ook vreemd om te bedenken
dat ooit niemand meer zal weten
dat we hebben geleefd

te bedenken hoe we nu leven, hoe hier
maar ook hoe niets ons leven zou zijn zonder
de echo’s van de onbekende diepten in ons hoofd

niet de tijd gaat voorbij, maar jij, en ik
buiten onze gedachte is geen tijd

we stonden deze zomer op de rand van een dal
om ons heen alleen wind

Rutger Kopland,
Uit: Over het verlangen naar een sigaret

I Traveled 1.8 Million Years To Be With You – Anne Duk Hee Jordan

https://www.beaufort2018.be/nl/i-traveled-18-million-years-be-you-2018
Zwerfstenen zijn niet inheems maar werden naar onze contreien gevoerd. Gedurende de laatste ijstijd, de Saale-ijstijd ongeveer 200.000 v. Chr., werden Scandinavische stenen meegevoerd in ijskappen die reikten van Scandinavië tot Nederland. Ook later, omstreeks de twaalfde tot de vijftiende eeuw, werden er stenen getransporteerd. Tal van uitheemse gesteenten kwamen in Brugge terecht, toen de stad deel uitmaakte van de Hanzeroute, een maritieme handelsroute die reikte van Estland tot Frankrijk. Ze werden gebruikt in monumenten, kerken en grafplaatsen.