Een voorjaarsgedicht – Simon Vinkenoog

Is het er al? Het komt
eraan. Het waait
je toe. Het groet je
in groene tintelingen
aan nog naakte,
takken. Het geeft
zich bloot in
vogels die driftig
rukken aan plukjes
gras – het ligt in
de zon, het doet het,
open en bloot.
Het verheugt zich,
daar is het nieuwe jaar.
Het bewijs dat zich vertoont,
elk ander woord,
elk nieuw geluid,
elk eigen lied,
ieders vreugde en
verdriet.
Eén  april:
kikker in je bil
negentien
honderd
vijfentachtig.

Simon Vinkenoog.
Uit: Maandagavondgedichten, 1985

Advertenties

Duinpan – Hester Knibbe

Ontelbaar is mijn ondergrond, een kom
mijn ondoorgrondelijke som, een eeuwigheid
ligt erin opgeslagen. Van weer en wind

een buitenkind, word ik gevoed met huid
die van de toppen wordt gerukt. Geen dood
heeft grip op mij, ik ken hem niet

dan van nabij als hij een schepsel uit me
plukt, een hagedis of duinkonijn aan wie ik
kraambed bied en keutelplek. Ik kijk alleen
tot waar ik reik, want door elk briesje

opgetild, word ik toch op mijzelf
teruggeworpen. Behalve als een storm
wreed in me duikt. Aan wat me dan
ontvalt, sterf ik alsnog.

Hester Knibbe
Uit: Oogsteen, 2009

Lente – Miriam Van hee

het is lente, de dakpannen
drogen in de zon
we hebben lang gewacht
terwijl we in de auto zaten
en de regen hoorden op het dak
(ook dat was tijd die wij
genomen hebben)

het is lente, in het bos
ontkrullen zich de varens
als de halzen van violen
en aan de palen hangen
groene druppels isolatieglas
te glinsteren

het is goed om nu te wachten,
te kijken en te luisteren

en te weten dat er dingen zijn
om het zonlicht op te vangen
ze deden dat al voor wij
hier verschenen, en ook als wij
er niet meer zijn, het licht
zal niet verloren gaan.

Miriam Van hee 
Uit: De bramenpluk, 2002

Dit jaar begint de astronomische lente op 20 maart, om precies te zijn om 22.58 uur.

Opnieuw 3 – Herman de Coninck

Februari. De hectaren van het geheugen
staan leeg. De toekomst is al jaren
voorbij. Maar nu ook het verleden. (jij
nam het met je mee.) Winterlicht

maakt de feiten hard. Zee schimpt in het rond.
Wind kraakt. Koude is te horen.
Taal blijft binnen, komt niet meer uit haar woorden.
In gesloten lettergrepen wordt ingevroren.

Niets. En dat zien.
Heldere leegte, als tot ver na de komma
in de zalen van het getal tien.

Herman de Coninck
Uit: De hectaren van het geheugen, 1985

De Eskimo’s hebben wel duizend woorden voor sneeuw – Willem Wilmink

Een woord voor de sneeuwvlok die smelt in je oor,
dat dan jeuken gaat,
een woord voor het sneeuwen, de hele dag door,
in de stille straat.

Een woord voor de sneeuw in de ruit van je klas
als het sneeuwen ging,
een woord voor de sneeuw op de kraag van je jas
van je lieveling.

De Eskimo’s hebben wel duizend woorden voor sneeuw.

Een woord voor de sneeuwvlok die laag in de laan
op en neer beweegt,
een woord voor de zielige sneeuw, als de ijsbaan
wordt schoongeveegd.

Een woord voor de sneeuw die je huid openhaalt
als de sneeuwjacht jaagt,
een woord voor de sneeuw, in lantarens verdwaald,
die om aandacht vraagt.

De Eskimo’s hebben wel duizend woorden voor sneeuw.

Een woord voor de sneeuw van de sneeuwman, die kijkt
of er niets aan schoort,
terwijl toch iedereen duidelijk blijkt
dat hij kleiner wordt.

Een woord voor je moeder, een woord in een traan,
want wat wordt ze klein.
Tot ze net als de sneeuwman is overgegaan
in zonneschijn.

Willem Wilmink

Uit: Het beloofde land

Sneeuw – Adriaan Morriën

Het sneeuwt, niet jachtig, eerder tastend,
alsof het wit naar zwarte plekken zoekt.
Maar heel het landschap ligt al volgeboekt.
De dag staat zwaarbepakt om te vertrekken.

De bomen dromen rechtop in de sneeuw,
verwonderd en in hun verwondering verrast.
De vorst heeft ieder takje afgetast.
Het is windstil, er valt niets te ontdekken.

De laatste vlokken vallen, in de lucht
zweeft al wat zonlicht, geel en droog.
En vogels, eerstgeborenen van het oog,
haasten zich om de schade te herstellen.

Adriaan Morrien
uit Verzamelde gedichten,  1994

Dit zou de aarde moeten zijn – Paul Snoek

Dit zou de aarde moeten zijn, een kamer
na Kerstmis nog naar dennennaalden ruikend
en drijvend in een meer van suikersneeuw;
daar, waar men alle harten kan te samen
binden en als mooiste bloemenruiker schenken
aan het schoonste jaar van deze eeuw.

Maar elk jaar heeft zijn oud gekende grillen
en bitterheden. Soms wat voor een ander
briljanten zijn, schijnt ons goedkope sneeuw.
Het enige waarin wij niet verschillen
is dat wij ouder worden en verlangen
‘Dit wordt het schoonste jaar van deze eeuw!’

Paul Snoek (1933-1981)

‘Het is hoog tijd dichter Paul Snoek weer aandacht te schenken’ schreef Yves T’Sjoen in Knack op 9 juli 2018.
Daarom dit mooi gedicht uit de vorige eeuw, voor een schoon nieuw jaar in deze eeuw.

Storm – Johanna Kruit

We werden wakker van de wind.
De lucht stond in lichterlaaie.
De wolken stoven de hemel voorbij.
Verjaagd door het grote waaien.

We sprongen uit bed want de wereld liep weg.
We moesten hem in gaan halen.
De vogels vlogen als gekken voorop.
Wij renden om niet te verdwalen.

De bliksem sloeg gaten in de nacht.
Wij lachten om niet te gaan huilen.
Daarna heeft iemand ons vleugels gebracht.
En konden we eindelijk schuilen.

Johanna Kruit

Storm vandaag, Home Sweet Home, alhoewel het hier behoorlijk kraakt en piept…

foto: eigen archief

Notitie – Wisława Szymborska

Leven is de enige manier
om met bladeren begroeid te raken,
op het zand naar adem te happen,
op vleugels proberen op te vliegen;

om hond te zijn
of hem over zijn gladde vacht te aaien;

om pijn te onderscheiden
van alles wat geen pijn is;

om zich in gebeurtenissen te bevinden,
zich in een uitzicht te verbergen,
naar de kleinst mogelijke vergissing te speuren.

Een uitzonderlijke kans
om je even te herinneren
waarover werd gesproken
toen de lamp niet brandde

en om ten minste eenmaal
over een steen te struikelen,
in een of andere regen nat te worden,
je sleutels kwijt te raken in het gras;

en een vonkje in de wind na te kijken;

en zonder ophouden iets belangrijks
niet te weten.

Wisława Szymborska (1923-2012)
Uit: Einde en begin – Verzamelde gedichten
bundel ‘Het moment’ (2002)
vertaling Gerard Rasch.