M. Vasalis

Van hoofd naar schouder loopt de stille bocht
waarin ik vrede vind, windstille lijn,
grensvlak van weelde en gemis,
de zachte komma, diepe orgelpunt,
waarin ik wonen wil als in een duin.
Lieve lijn.
M. Vasalis (1909-1998)
Advertenties

Storm – Johanna Kruit

We werden wakker van de wind.
De lucht stond in lichterlaaie.
De wolken stoven de hemel voorbij.
Verjaagd door het grote waaien.

We sprongen uit bed want de wereld liep weg.
We moesten hem in gaan halen.
De vogels vlogen als gekken voorop.
Wij renden om niet te verdwalen.

De bliksem sloeg gaten in de nacht.
Wij lachten om niet te gaan huilen.
Daarna heeft iemand ons vleugels gebracht.
En konden we eindelijk schuilen.

Johanna Kruit

Storm vandaag, Home Sweet Home, alhoewel het hier behoorlijk kraakt en piept…

foto: eigen archief

Notitie – Wisława Szymborska

Leven is de enige manier
om met bladeren begroeid te raken,
op het zand naar adem te happen,
op vleugels proberen op te vliegen;

om hond te zijn
of hem over zijn gladde vacht te aaien;

om pijn te onderscheiden
van alles wat geen pijn is;

om zich in gebeurtenissen te bevinden,
zich in een uitzicht te verbergen,
naar de kleinst mogelijke vergissing te speuren.

Een uitzonderlijke kans
om je even te herinneren
waarover werd gesproken
toen de lamp niet brandde

en om ten minste eenmaal
over een steen te struikelen,
in een of andere regen nat te worden,
je sleutels kwijt te raken in het gras;

en een vonkje in de wind na te kijken;

en zonder ophouden iets belangrijks
niet te weten.

Wisława Szymborska (1923-2012)
Uit: Einde en begin – Verzamelde gedichten
bundel ‘Het moment’ (2002)
vertaling Gerard Rasch.

Jiddish – Judith Herzberg

Mijn vader zong de liedjes
die zijn moeder vroeger zong
later voor mij, die ze half verstond.

Ik zing dezelfde woorden weer
heimwee fladdert in mijn keel
heimwee naar wat ik heb.

Zing voor mijn kinderen
wat ik zelf niet versta
zodat zij later, later?

Voor de rozen verwelkt zijn
drinken wij al het bloemenwater.

Verdrietige intieme taal
het spijt me dat je in dit hoofd
verschrompelde.
Het heeft je niet meer nodig
maar het mist je wel.

Judith Herzberg (1934)
uit: Beemdgras (1968)

Judith Herzberg, graag gelezen dichteres, ontvangt vandaag uit handen van koning Willem-Alexander de Prijs der Nederlandse Letteren .

GOLDBERGVARIATIES – Stefan Hertmans

Dat we de lichtheid hadden
om handen rond muziek te vouwen –
bedachtzaamheid die uit een fuga straalt
en ons beschermt omdat we iets beschermen.

Er zijn dingen die je niet kunt leren.
Ze volgen ons als trouwe honden,
de zachte enkelbijters van
stemming en humeur.

Daar doen we het niet om,
we weten het, we zwijgen
en de variaties jubelen
de jaren door.

Hoe vaak beseft een mens wat blijvend is,
die fractie van verbeelding?
En toch – een glimp van een klavier
bij avond door een open raam,

een flard van stemmen in de mist,
en alles is weer open.

Stefan Hertmans
Uit: De val van vrije dagen, 2010

VOOR WOUT – Bernard Dewulf

Dag Wout, dag jongen, dag onbekende,

Ik weet niet wie je bent maar je kroop in de ziel
vanaf het moment dat je in de krant op het strand van Oostende
was gevonden. Vondeling in de branding,
vijf dagen oud, levenloos in de koude oktober van 2007.
Men schreef dat je moeder je had ‘gedumpt’. Zoals afval.
Ik was doof voor zoveel slecht geloof.
Maar niemand die het wist en nog altijd niemand die het weet.
Je vertoonde geen sporen van geweld, je was compleet, dat is al iets.
De zee is niet om te lachen.
Misschien was je, omgekeerd, uit de duinen gekomen,
recht uit een radeloze schoot en overgelaten aan het wassend water.
Niemand die het wist en nog altijd niemand die het weet. Doorgaan met het lezen van “VOOR WOUT – Bernard Dewulf”

Wat het is – Was es ist – Erich Fried

Het is onzin
zegt het verstand
Het is wat het is
zegt de liefde

Het is tegenslag
zegt de berekening
Het is alleen maar pijn
zegt de angst
Het is uitzichtloos
zegt het inzicht
Het is wat het is
zegt de liefde

Het is belachelijk
zegt de trots
Het is lichtzinnig
zegt de voorzichtigheid
Het is onmogelijk
zegt de ervaring
Het is wat het is
zegt de liefde

Erich Fried (1921-1988)
(vertaling Geert van Istendael)

Es ist Unsinn
sagt die Vernunft
Es ist was es ist
sagt die Liebe

Es ist Unglück
sagt die Berechnung
Es ist nichts als Schmerz
sagt die Angst
Es ist aussichtslos
sagt die Einsicht
Es ist was es ist
sagt die Liebe

Es ist lächerlich
sagt der Stolz
Es ist leichtsinnig
sagt die Vorsicht
Es ist unmöglich
sagt die Erfahrung
Es ist was es ist
sagt die Liebe

Erich Fried  (1921-1988)

Een goed najaar – Paul Snoek

In deze oude dichtbundel uit 1969 vond ik dit mooi najaarsgedicht van de veel te vroeg gestorven dichter Paul Snoek.
Zoals het toen was, nu is er de klimaatopwarming… 

De vruchten zijn verkocht.
De boeren betalen de pacht aan de Heren.
De vliegen vallen dood op tafel.

Het regent gulzig en de bieten glanzen.
De akkers verteren hun moederkoek
en stijf in de wolken nadert de winter.

Morgen koop ik zeven kannen olie
en een nieuwe bril om in het boek te lezen.
Deze winter ga ik nog niet dood.

Paul Snoek (1933-1981)
Uit: Paul Snoek: Gedichten 1954-1968

https://www.nederlandsepoezie.org/dichters/s/snoek.html

 

IN MEMORIAM MATRIS – Geert van Istendael

Ze was al heel erg oud. Daar riep een meisje:
‘Kijk, oma, het is winter!’ En zij zei:
‘Ik zou zo graag gaan spelen, weer spelen
in de sneeuw.’ De lente kwam, een lente
later zou ze sterven. Maar ze zei:
‘Ik zou zo graag gaan lopen, lopen door
de regen, al die druppels op mijn gezicht.

‘De zomer was voorbij, voorbij. Ze zei:
‘Die appeltjes rook ik zo graag, vooral
wat in het gras lag, in de grote tuin van
mijn pa. Dat rook zo goed, zo goed.’ Haar rimpels
betoveren haar glimlach, het verleden
staat op een kier. Heel even kijkt een meisje
naar een oud meisje in een hof van Eden.

Geert van Istendael
uit: Het geduld van de dingen, 1996.

Oostende – Anton van Wilderode

Het werd vroeg avond, einde van september,
toen ik het lege strand opliep. Ik zag
en hoorde plotseling de helle stemmen
van meeuwen met krakeel en schaterlach

en naar elkander langs elkaar bewegen
neerduikend uit een opgetilde vlucht
en rusten op de wind, de branding tegen
tegen het bloed van de gevlamde lucht.

Achter mijn rug de halve stad Oostende
einde seizoen, onttuigd en afgemeerd.
Hoog boven mij als ingetogen keert
zich landinwaarts één vogel uit de bende.

Anton van Wilderode