Een goed najaar – Paul Snoek

In deze oude dichtbundel uit 1969 vond ik dit mooi najaarsgedicht van de veel te vroeg gestorven dichter Paul Snoek.
Zoals het toen was, nu is er de klimaatopwarming… 

De vruchten zijn verkocht.
De boeren betalen de pacht aan de Heren.
De vliegen vallen dood op tafel.

Het regent gulzig en de bieten glanzen.
De akkers verteren hun moederkoek
en stijf in de wolken nadert de winter.

Morgen koop ik zeven kannen olie
en een nieuwe bril om in het boek te lezen.
Deze winter ga ik nog niet dood.

Paul Snoek (1933-1981)
Uit: Paul Snoek: Gedichten 1954-1968

https://www.nederlandsepoezie.org/dichters/s/snoek.html

 

Advertenties

IN MEMORIAM MATRIS – Geert van Istendael

Ze was al heel erg oud. Daar riep een meisje:
‘Kijk, oma, het is winter!’ En zij zei:
‘Ik zou zo graag gaan spelen, weer spelen
in de sneeuw.’ De lente kwam, een lente
later zou ze sterven. Maar ze zei:
‘Ik zou zo graag gaan lopen, lopen door
de regen, al die druppels op mijn gezicht.

‘De zomer was voorbij, voorbij. Ze zei:
‘Die appeltjes rook ik zo graag, vooral
wat in het gras lag, in de grote tuin van
mijn pa. Dat rook zo goed, zo goed.’ Haar rimpels
betoveren haar glimlach, het verleden
staat op een kier. Heel even kijkt een meisje
naar een oud meisje in een hof van Eden.

Geert van Istendael
uit: Het geduld van de dingen, 1996.

Oostende – Anton van Wilderode

Het werd vroeg avond, einde van september,
toen ik het lege strand opliep. Ik zag
en hoorde plotseling de helle stemmen
van meeuwen met krakeel en schaterlach

en naar elkander langs elkaar bewegen
neerduikend uit een opgetilde vlucht
en rusten op de wind, de branding tegen
tegen het bloed van de gevlamde lucht.

Achter mijn rug de halve stad Oostende
einde seizoen, onttuigd en afgemeerd.
Hoog boven mij als ingetogen keert
zich landinwaarts één vogel uit de bende.

Anton van Wilderode

Herfst – Ted van Lieshout

Het bos neemt afscheid van de zomer; het denkt voorgoed.
Duizend blozende brieven van vaarwel vallen uit de bomen.
Het riet is levensmoe het ven ingelopen en wuift gedwee.
Stille tranen van gemis liggen uit te rusten op het gras.

Ik streel de bast van bomen omdat niemand anders het doet
en aai een eenzaam bloempje dat veel te laat is komen kijken.
Ik vind onder een blad een paddenstoeletje dat veel te teer is
voor een lompe kabouterkont en ik dek het zachtjes weer toe.

Ik moet naar huis, langs de blaffende honden en de wei waarin
een koe mij aankijkt en dan op haar zuster klimt. Een paard
staart mij na. Hij begrijpt mijn hand niet die zwaait. Geen
vogel zingt; ze zijn op haastige vleugels naar het zuiden gehold.

Ik had liever dat je de herfst buiten liet, zegt mijn moeder en
ze wijst de sporen aan op de keukenmat. Daar bezorgde mijn zool
een brief van verleden tijd. Ik raap hem op, doe mijn schoenen
uit, lees de post en vergeet niet tussen de nerven door te lezen.

Ted van Lieshout
Uit: Hou van mij
Uitgeverij Leopold, 2009

Een boek wegdoen – Judith Herzberg

Een boek wegdoen
dat je nog niet gelezen hebt;
‘ik kom daar niet aan toe
kijk bijna elke dag wel eens
naar mijn enorme stapels.’

Een boek wegdoen dat je twee keer
gelezen hebt is als een goede vriend
ten grave dragen. Samen veel mee-
gemaakt. Vrezen: dat vele
gaat vervagen.

Al vond magie, geloof of bijgeloof
geen ruimte in je kop
een boek wegdoen waarin
een opdracht aan je stond
dat blijft je bij als zonde.

Een boek wegdoen
waarin je halverwege
bent blijven steken.Er
zit een post-it stickertje,
je weet nog steeds niet
wat daar bleek te ontbreken.

Judith Herzberg
Uit: Liever brieven, 2013

http://cobra.canvas.be/cm/cobra/boek/1.1808057

Omdat het vandaag National Book Lovers Day is…

Foto’s: alfabetisch een kleine greep uit mijn boekenkast: Doorgaan met het lezen van “Een boek wegdoen – Judith Herzberg”

Wat geeft het dat wij stilaan haaks staan op de tijd? – Erwin Mortier

Wat geeft het dat wij stilaan haaks staan op de tijd?
Jij leerde mij niet op te kijken. Woorden rijg ik zoals jij

kleren maakt: gebogen, neuriënd.

De muren zinderen. Augustus geselt hun stenen.
Alles staat stil. Jaren vallen met pakken

uit de boom en drogen. Wind
blaast ze overhoop.

Alleen de beste stoffen.
Geur van asfalt in het onweer

en de zatte walm van gerst.
Alleen de felste kleuren. Augustus.

Keizersmaand. Haal het patroon.
Zet de spelden. Ik wet mijn pen

en maak je mooiste wade.

Erwin Mortier
Uit: Vergeten licht, 2000

(Toen Erwin Mortier klein was kwam hij graag in het naaiatelier van zijn grootmoeder.)

http://schrijversgewijs.be/schrijvers/mortier-erwin/

Tijd – M. Vasalis

Ik droomde, dat ik langzaam leefde ….
langzamer dan de oudste steen.
Het was verschrikkelijk: om mij heen
schoot alles op, schokte of beefde,
wat stil lijkt. ‘k Zag de drang waarmee
de bomen zich uit de aarde wrongen
terwijl ze hees en hortend zongen;
terwijl de jaargetijden vlogen
verkleurende als regenbogen …..
Ik zag de tremor van de zee,
zijn zwellen en weer haastig slinken,
zoals een grote keel kan drinken.
En dag en nacht van korte duur
vlammen en doven: flakkrend vuur.
– De wanhoop en welsprekendheid
in de gebaren van de dingen,
die anders star zijn, en hun dringen,
hun ademloze, wrede strijd ….
Hoe kón ik dat niet eerder weten,
niet beter zien in vroeger tijd?
Hoe moet ik het weer ooit vergeten?

M. Vasalis
uit:  Parken en Woestijnen, 1940

Tot toen ging alles goed – Judith Herzberg

Rijkdom is leegte op glanzende tegels
armoede dozen vol halfvolle potten
rijk een veranda met uitzicht op niets
arm een balkon met gereedschap en fietsen
weelde is niets te hoeven bewaren
armoede reddert van winter naar winter
rijkdom is stilte, en stil achter stilte
armoede haast. En zo genoten zij dag en nacht
van wit en van stilte en water en glad
de stenen en het mos dat daar lag.
Judith Herzberg
Uit: Botshol, 1980 

 

L… … Rutger Kopland

We zagen hondjes spelen op het gras
ik dacht aan jou, aan hoe het was
en hoe het worden zou, kijk:

vroeger dacht ik dat ik altijd, altijd
leven zou, net als mijn vader, wij
stonden te kijken zoals wij

nu en nu ik denk aan later, zijn
we gemaakt van tijd. O ja, jij
houdt nog van mij

en ik hou nog van jou, maar denk
al aan je terug en jij denkt wat
bedoelt hij toch. Kijk:

ik ga voorbij, je moet vergeten wat
ik zei, wie ik was, en weten dat
de hondjes blijven spelen op het gras.

Rutger Kopland