Leonora – Elena Poniatowska

Uitgelezen: Leonora van Elena Poniatowska (2012) Vertaald uit het Spaans door Dorotea ter Horst.

Dit boek las ik aansluitend op Beneden van Leonora Carrington, waarin ze schrijft over haar opname en behandeling in een psychiatrische inrichting in Spanje toen ze begin twintig was. Ik was benieuwd om meer te lezen over het leven van deze bijzondere kunstenares.

De Franse, in Mexico wonende schrijfster Elena Poniatowska benadrukt dat ze geen biografie schreef maar eerder een hommage aan de kunstenares die ze meer dan vijftig jaar kende. Doorgaan met het lezen van “Leonora – Elena Poniatowska”

Advertenties

Beneden – Leonora Carrington

Uitgelezen: Beneden van Leonora Carrington. (2018)

Ik las dit boek door de uitstekende recensie van Alexandra De Vos in De Standaard van 8 juni 2018: ‘Te gek om los te lopen
MEMOIRES – De surrealistische kunstenares Leonora Carrington beschreef haar psychiatrische hellegang.’

Hoe het boek tot stand kwam:

Doorgaan met het lezen van “Beneden – Leonora Carrington”

Mee van de Bib

Mooie en zonnige herfstwandeling naar de Bib.
Leerlingen van een nabije school hadden teambuildingsdag in een bootje op zee…

Meegebracht:

  • Beneden – Leonora Carrington (autobiografie)
  • Het einde als begin – Tiziano Terzani (Italiaanse journalist vertelt zijn zoon over zijn leven)
  • Al wat schittert – Eleanor Catton (detective, Man Booker Prize 2013)
  • Leonora – Elena Poniatowska (biografie over Leonora Carrington)

Een goed najaar – Paul Snoek

In deze oude dichtbundel uit 1969 vond ik dit mooi najaarsgedicht van de veel te vroeg gestorven dichter Paul Snoek.
Zoals het toen was, nu is er de klimaatopwarming… 

De vruchten zijn verkocht.
De boeren betalen de pacht aan de Heren.
De vliegen vallen dood op tafel.

Het regent gulzig en de bieten glanzen.
De akkers verteren hun moederkoek
en stijf in de wolken nadert de winter.

Morgen koop ik zeven kannen olie
en een nieuwe bril om in het boek te lezen.
Deze winter ga ik nog niet dood.

Paul Snoek (1933-1981)
Uit: Paul Snoek: Gedichten 1954-1968

https://www.nederlandsepoezie.org/dichters/s/snoek.html

 

De melodie – Jim Crace

Uitgelezen De melodie van Jim Crace (2018 )

Van Jim Crace las ik eerder, Een man, een vrouw en de dood en het bejubelde Oogst.

Het verhaal gaat over de bejaarde Alfred Busi, een gewezen chansonnier die in een  vervallen villa aan zee woont, waar hij geboren en opgegroeid is. Een exacte locatie noch tijdstip worden niet vermeld, al lijkt het een Engels kuststadje.

Het thema is eenzaamheid, zijn leven bestaat uit herinneringen na de dood van zijn vrouw Alicia, die hij nog dagelijks mist. Af en toe doet hij nog ’n klein optreden, en in de eregalerij van het stadje zal hij een borstbeeld krijgen. Op de piano staat nog steeds de urne met de as van zijn vrouw, hij praat met haar.

Maar er gebeuren allerlei bevreemdende dingen,  wanneer hij ’s nachts niet kan slapen hoort hij daklozen en dieren die in de afvalbakken snuisteren. Op ’n nacht, wanneer zijn deur niet goed dicht is, scharrelt iemand in zijn voorraadkast, hij wordt aangevallen en gebeten door een mysterieus naakt wezen, waarvan hij overtuigd is dat het een kind, een jongen is, die zich misschien in het aanpalende bos verstopt. Er zijn tandafdrukken zichtbaar. Zijn schoonzus Terina, met wie hij ooit ’n kleine romance had, komt langs en probeert  hem zo goed mogelijk te verzorgen.

Hij moet een tetanusprik krijgen wat hem de stuipen op het lijf jaagt. In de wachtzaal leest hij ook een onthutsend interview van ’n roddeljournalist die zijn woorden nogal aandikte: ‘een overgebleven neanderthaler misschien die zich in het aanpalende Poverbos schuilhoudt’, staat er.
Voor de vervolgprikken laat hij het afweten, waardoor hij bang wordt dat hij hondsdolheid zal krijgen en een afschuwelijke dood sterven.

Zijn gezicht beplakt met pleisters gaat hij naar de onthulling van zijn beeld.

Op de terugweg ontdekt hij aan een uitstalraam de plannen van een projectontwikkelaar, om zijn villa en de identieke villa ernaast te slopen en er appartementen te bouwen. Zijn buren zullen eruit gezet worden.
Hij dwaalt door het park met daklozen en weer wordt hij aangevallen, in het slijk geduwd en in zijn gezicht getrapt. Zijn bezittingen, zelfs zijn schoenen, worden hem afgenomen.
Het is de afschuwelijkste week uit zijn leven.

Voor een laatste optreden dat hij die avond aan een select publiek zou geven haakt hij af en verstopt zich, bevuild en uitgeput, in het donker in zijn huis.
Een punk buurmeisje Lex, komt aan zijn deur kloppen, en bij haar kan hij zijn verhaal kwijt, ze drinken samen een paar flessen van een zoet drankje, de lievelingsdrank van zijn overleden vrouw.

De melodie, dat het laatste boek van Jim Crace zou zijn, een toegift, was voor mij een nogal bevreemdende en fabelachtige leeservaring. De auteur deed de inspiratie ervoor op toen hij in India in een hotel ‘s nachts ook uit zijn slaap gehouden werd door mensen en dieren die zich buiten aan afval tegoed deden.
Daardoor wellicht kon ik de setting en de onwaarschijnlijk gebeurtenissen niet zo goed plaatsen.

https://www.singeluitgeverijen.nl/de-geus/boek/de-melodie/

De vrouw die vluchtte – Anaïs Barbeau-Lavalette

Uitgelezen De vrouw die vluchtte  Anaïs Barbeau-Lavalette  (2018)

Ik las dit boek door een interview van Cathérine Ongenae met de schrijfster in De Morgen Boeken van 2 mei 2018.

De vrouw die vluchtte is  het aangrijpende verhaal van de zoektocht van een kleindochter (de schrijfster), naar haar grootmoeder, haar moeders moeder Suzanne Barbeau-Meloche, die ze nooit gekend heeft.

Het boek is geschreven in de jij-vorm, ze richt zich tot haar grootmoeder,  spreekt haar aan en stelt haar vragen.
Ze probeert haar leven te reconstrueren, zocht daarvoor zelfs hulp van een privédetective.

Suzan Meloche werd in 1926 in Ottawa geboren en overleed er in 2009.

Suzanne Meloche groeit op in de jaren 30, de armoedige crisisjaren, haar moeder krijgt zes kinderen, de vader is leraar, maar raakt zijn werk kwijt.

Suzanne is een leergierig  eigenzinnig en intelligent kind. Ze maakt gedichten.
Als ze achttien is neemt ze deel aan een voordrachtwedstrijd in Montreal die ze wint. Ze verhuist van Ontario naar Quebec

Ze sluit zich aan bij bij de radicale beweging van De Automatisten, een surrealistische kunststroming, onder leiding van Paul-Emile Borduas. Ze komen vanuit het verlangen naar vrijheid op tegen de verstikkende maatschappelijke onderdrukking en ook tegen de beteugeling van de kerk die wil dat de vrouwen veel kinderen krijgen.

De groep De Automatisten ondertekent hiervoor het manifest  Refus global dat op 400 exemplaren zal verspreid worden, maar op het laatste moment trekt zij haar handtekening in.
Het manifest heeft zware gevolgen voor de groep.

Ze huwt met een lid ervan,  Marcel Barbeau en ze krijgen twee kinderen, Manon (Mousse) en Francois.
Er is armoede, Marcel schildert op jute zakken. Later zal hij beroemd worden.  Als zij ’n stukje jute kan bemachtigen schildert ze ook.

Begin jaren vijftig, als haar dochtertje drie is en het zoontje nog ’n baby wil ze de sleur van dit banale leven doorbreken, ze heeft een grote honger naar vrijheid.
‘Haar hart was opgedroogd’, zegt haar kleindochter.
De zussen van Marcel Barbeau nemen het meisje in huis en het jongetje wordt geadopteerd door een begrafenisondernemer. Hij verneemt dit pas veel later. Is nu schizofreen.

Suzanne begint haar zwerftocht die haar in verschillende landen brengt,  New York, Brussel, Engeland. Ze raakt ook betrokken bij de burgerrechtenbeweging. Ze blijft streven naar vrijheid en gelijkheid. Heeft minnaars, ’n minnares.  Na een  abortus en door overdadig drankgebruik moet ze opgenomen worden.
Ze verdwijnt volledig van het artistieke toneel. Heeft weinig werk nagelaten.

Uiteindelijk vindt ze in haar latere leven rust in het boeddhisme.

Manon, de dochter van Suzanne is regisseur en maakte een documentaire, Les enfants de Refus global, waarin ze kinderen van de groep opzoekt en vragen stelt, ze wil weten welke invloed die periode op hun leven had.  Ook haar vader Marcel Barbeau komt aan bod, maar haar moeder,die ook de vraag kreeg eraan deel te nemen, weigerde.
De documentaire vond ik op internet en gaf me een vollediger beeld.

Anaïs Barbeau-Lavalette maakt zich in  De vrouw die vluchtte met heel veel inlevingsvermogen een voorstelling van het leven van haar grootmoeder.
Zo kwam ze, met deze familiegeschiedenis die je niet onberoerd kan laten, die ook moet gezien worden in het licht van die tijdsgeest, een stuk nader tot haar.
Het boek wordt wereldwijd vertaald.

https://www.singeluitgeverijen.nl/querido/boek/de-vrouw-die-vluchtte/

https://fr.wikipedia.org/wiki/Suzanne_Meloche

 

Dagen van inkeer – A.M. Homes

Uitgelezen:  Dagen van inkeer van A.M.Homes (2018)

A.M. Homes is een controversiele Amerikaanse schrijfster van wie ik zoveel mogelijk wil gelezen hebben.

Eerder las ik: Dit boek redt je leven, Het einde van Alice, De dochter van de minnares, en Vergeef ons, waarmee ze de Women’s Prize for Fiction won.

Als geen ander neemt ze de Amerikaanse mentaliteit, de oppervlakkigheid en hypocrisie op de korrel. Ze fileert de samenleving. Zo ook nu in haar verhalenbundel Dagen van inkeer.

Broer op zondag  gaat over twee broers die elkaar niet kunnen uitstaan, maar toch elk jaar op een zondags strandfeest samenkomen, wat voor de nodige verwikkelingen zorgt.

In het titelverhaal ontmoeten twee oude schoolvrienden elkaar na dertig jaar terug op een congres over genocide. Zij is schrijfster van Holocaustboeken hij is oorlogscorrespondent. Het wordt een intense fysieke en spirituele herontdekking.

In Hallo allemaal gaat werkelijk ALLES, over uiterlijk vertoon, om het pijnlijke verlies van een broertje, dat door een slangenbeet om het leven kwam, niet te voelen. Hilarisch lezen moest de onderlaag niet schrijnend zijn.

In het laatste verhaal Ontsnapt komen dezelfde personen terug aan bod en ontdek je hoe het hen verder vergaat.

De vogeltentoonstelling gaat over een parkietenchatroom, iedereen zit  anoniem op het forum, niemand weet zeker of de ander wel is voor wie hij zich uitgeeft.  Het komt er vooral op neer dat mensen er hun gevoelens in kwijtkunnen.

In De laatste keer dat het fijn was, trekt een man er alleen op uit naar Disneyland, omdat hij er als kind met zijn ouders kwam, en ze kort daarna uit elkaar gingen. Hij probeert die romantische beelden en gevoelens van toen terug op te roepen.

Er zijn ook enkele heel korte, abstracte, surrealistische verhalen, die me niet zo goed lagen en die ook niet lang bijblijven.
Het meest genoten van haar langere verhalen die het dichtst aanleunen bij haar romans.

Een heel Amerikaanse verhalenbundel!

https://www.debezigebij.nl/boeken/dagen-van-inkeer/

IN MEMORIAM MATRIS – Geert van Istendael

Ze was al heel erg oud. Daar riep een meisje:
‘Kijk, oma, het is winter!’ En zij zei:
‘Ik zou zo graag gaan spelen, weer spelen
in de sneeuw.’ De lente kwam, een lente
later zou ze sterven. Maar ze zei:
‘Ik zou zo graag gaan lopen, lopen door
de regen, al die druppels op mijn gezicht.

‘De zomer was voorbij, voorbij. Ze zei:
‘Die appeltjes rook ik zo graag, vooral
wat in het gras lag, in de grote tuin van
mijn pa. Dat rook zo goed, zo goed.’ Haar rimpels
betoveren haar glimlach, het verleden
staat op een kier. Heel even kijkt een meisje
naar een oud meisje in een hof van Eden.

Geert van Istendael
uit: Het geduld van de dingen, 1996.

De vogels – Tarjei Vesaas

Uitgelezen: De vogels van Tarjei Vesaas (2018)

‘De beste Noorse roman ooit geschreven. Absoluut geweldig, het proza is zo eenvoudig en zo subtiel, en het verhaal is zo aangrijpend dat het tot de grote klassiekers uit de vorige eeuw gerekend kan worden’
Karl Ove Knausgård.

De vogels is een herontdekt meesterwerk uit 1957 van een schrijver die driemaal genomineerd werd voor de Nobelprijs Literatuur.

De roman vertelt over een zomer in het leven van Mattis, een 37-jarige man met een verstandelijke beperking. Voor de dorpsbewwoners is hij ‘de slome’.

Sinds de dood van hun ouders woont hij samen met zijn zus Hege in ’n klein huisje aan de rand van het meer bij de verlaten Noorse bossen. De zus voorziet in hun levensonderhoud met breiwerk. Zij heeft veel geduld en beantwoordt al zijn vragen, probeert hem altijd gerust te stellen, maar soms wordt het haar even moeilijk.
Zij is zijn enige houvast en zijn grootste angst is door haar verlaten te worden.

In alles ziet hij tekens, hij ontdekt een houtsnip die elke avond over hun huis vliegt. In zijn gedachten maakt hij contact met de vogel, ziet in sporen van vogelpootjes boodschappen voor hem, kerft antwoorden terug. Wanneer op ’n avond de houtsnip door een jager doodgeschoten wordt is dit voor hem de voorbode van iets ergs. De vogel wordt onder een platte steen gelegd.

Ook bliksems bij onweer maken hem ontzettend bang, hij heeft daarvoor een speciaal plekje, de buitenplee achter hun huis, want hij hoorde nog nooit dat een bliksem daarop insloeg.

In het dennenbos achter hun huis staan twee espen die er bovenuit steken. Hij weet dat dit voor de dorpsbewoners de Mattis-Hege bomen zijn. Wanneer tijdens zo’n onweer een van de bomen neergebliksemd wordt is dit voor hem een slecht voorteken.  Hij vraagt zich af wie neergebliksemd is, hij of zijn zus.

Als hij die die zomer met zijn gammele boot op het meer roeit en zijn boot water maakt, helpen twee mooie vrolijke meisjes, Anna en Inger, hem om de boot terug naar de oever te slepen. Hij wil dat ze aanmeren dichtbij het dorp zodat hij gezien wordt, het is zijn gloriemoment. Hij droomt en fantaseert over ‘vrouwen’, over ‘stelletjes’.

Hege spoorde hem steeds aan om karweitjes te verrichten bij de boeren in de omtrek, maar telkens bracht hij er niets van terecht. Hij denkt teveel en raakt in de war.
Maar door zijn roeiverhaal oppert  ze dat hij misschien veerman kan worden. De boot wordt opgelapt en éénmaal heeft hij aan de overkant van het meer een klant die overgeroeid wil worden.
Hij neemt de man, Jørgen,  mee naar hun huisje waar hij op de zolderkamer onderdak krijgt voor zijn houthakkerswerk in het bos. Zijn zus bloeit open.

Dit verandert hun leven, hij voelt zich bedreigd en beseft dat hij hiermee zelf zijn ondergang bewerkstelligde, hij piekert en probeert een oplossing te vinden.

Het is een groots, subtiel geschreven en aangrijpend verhaal, vanuit de belevingswereld van de in zichzelf gekeerde Mattis.
Het laat je verstild achter.

Oostende – Anton van Wilderode

Het werd vroeg avond, einde van september,
toen ik het lege strand opliep. Ik zag
en hoorde plotseling de helle stemmen
van meeuwen met krakeel en schaterlach

en naar elkander langs elkaar bewegen
neerduikend uit een opgetilde vlucht
en rusten op de wind, de branding tegen
tegen het bloed van de gevlamde lucht.

Achter mijn rug de halve stad Oostende
einde seizoen, onttuigd en afgemeerd.
Hoog boven mij als ingetogen keert
zich landinwaarts één vogel uit de bende.

Anton van Wilderode