Een voorjaarsgedicht – Simon Vinkenoog

Is het er al? Het komt
eraan. Het waait
je toe. Het groet je
in groene tintelingen
aan nog naakte,
takken. Het geeft
zich bloot in
vogels die driftig
rukken aan plukjes
gras – het ligt in
de zon, het doet het,
open en bloot.
Het verheugt zich,
daar is het nieuwe jaar.
Het bewijs dat zich vertoont,
elk ander woord,
elk nieuw geluid,
elk eigen lied,
ieders vreugde en
verdriet.
Eén  april:
kikker in je bil
negentien
honderd
vijfentachtig.

Simon Vinkenoog.
Uit: Maandagavondgedichten, 1985

Duinpan – Hester Knibbe

Ontelbaar is mijn ondergrond, een kom
mijn ondoorgrondelijke som, een eeuwigheid
ligt erin opgeslagen. Van weer en wind

een buitenkind, word ik gevoed met huid
die van de toppen wordt gerukt. Geen dood
heeft grip op mij, ik ken hem niet

dan van nabij als hij een schepsel uit me
plukt, een hagedis of duinkonijn aan wie ik
kraambed bied en keutelplek. Ik kijk alleen
tot waar ik reik, want door elk briesje

opgetild, word ik toch op mijzelf
teruggeworpen. Behalve als een storm
wreed in me duikt. Aan wat me dan
ontvalt, sterf ik alsnog.

Hester Knibbe
Uit: Oogsteen, 2009