Zoals – Judith Herzberg

Zoals je soms een kamer ingaat, niet weet waarvoor,
en dan terug moet langs het spoor van je bedoeling,
zoals je zonder tasten snel iets uit de kast pakt
en pas als je het hebt, weet wat het was,
zoals je soms een pakje ergens heen brengt
en, bij het weggaan, steeds weer denkt, schrikt,
dat je te licht bent, zoals je je, wachtend,
minutenlang hevig verlieft in elk nieuw mens
maar toch het meeste wachtend bent,
zoals je weet: ik ken het hier, maar niet waar het om ging
en je een geur te binnen schiet bij wijze van
herinnering, zoals je weet bij wie je op alert
en bij wie niet, bij wie je kan gaan liggen,
zo, denk ik, denken dieren, kennen dieren de weg.

Judith Herzberg
Uit: Zoals, 1992

https://www.nrc.nl/nieuws/2018/04/20/prijs-der-nederlandse-letteren-naar-judith-herzberg-a1600275

 

Advertenties

Zwarte bladeren – Maja Wolny

Uitgelezen: Zwarte bladeren van Maja Wolny

Dit is blijkbaar de derde roman van de Poolse schrijfster Maja Wolny, voor mij was het een eerste kennismaking.

Wel hebben we haar eenmaal ontmoet, als een gedreven directeur van het NAVIGO Visserijmuseum, tijdens een tentoonstelling.  Ze nam daar trouwens ontslag om zich volledig aan het schrijven te wijden.

Zwarte bladeren boeit en leest vlot.
Er zijn twee verhaallijnen, de hoofdstukken wisselen af.

Er is de fotografe Julia, in de periode voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog en er is 65 jaar later de historica Weronica in Kielce wiens 10-jarige dochter verdwijnt.

Voor het personage Julia heeft Maja Wolny zich gebaseerd  op Julia Pirotte (1908-2000), een Pools-Belgische Joodse fotografe. Ze vluchtte in 1934 uit Polen naar haar zuster Mindla in Parijs,  kwam van daar naar België en zocht bescherming bij het Rode Kruis. Ze huwde er met Jean Pirotte een militante strijder, wat haar bescherming bood en volgde een opleiding als fotografe.

De schrijfster deed onderzoek en raadpleegde talrijke archieven i.v.m. Julia Pirotte.

In 1940, na de Duitse bezetting en de aanhouding van haar man Jean gaat Julia in Marseille wonen, haar strandreportages zijn haar dekmantel voor haar werk voor het Franse verzet. Ze verneemt tijdens de oorlog het overlijden van Jean Pirotte. Ook haar zus wordt gevangengenomen en weggevoerd, ze ziet haar nooit meer terug. Haar broer komt om in een goelag kamp.

Zijzelf overleeft de oorlog en keert terug naar haar geboorteland Polen, krijgt er een vaste aanstelling bij een krant.

In 1946 is er in Kielce een pogrom waar 42 Joden omkomen. Een kleine jongen was vermist en men geloofde dat hij door Joden vermoord werd. De burgers nemen het recht in eigen hand. Julia wordt erheen gestuurd als verslaggeefster.  Zij vereeuwigt  in foto’s de nasleep van deze gebeurtenissen. Er blijven echter veel vragen.
Ze bezoekt ook haar geboortedorp.

De tweede verhaallijn vertelt over de historica Weronica die in Kielce doceert en onderzoek doet naar de relaties met Joden. Elk jaar wordt in Kielce een herdenking gehouden voor de slachtoffers van de pogrom  65 jaar eerder.

Rond die periode verdwijnt haar dochter en  de vraag rijst of dit kan te maken hebben met haar onderzoek, De gevoelens laaien terug hoog op.  De verdwijning van een kind  laat niemand onberoerd.  Ook de gebeurtenissen in het verleden blijven gevoelig liggen.  Het wantrouwen blijft. Zelf heeft ze het moeilijk met haar eigen verleden, met daden die haar ouders tijdens de oorlog stelden.

De twee verhaallijnen worden mooi met elkaar verweven.
Voor mij zijn de gedeeltes over Julia Pirotte het meest boeiend, omdat het gaat over een echte geschiedenis, over een oorlog en al zijn wreedheden.
De schrijfster vermeldt in het nawoord dat zij zich in de roman ook  t.o.v. van het personage Julia literaire vrijheden veroorloofde. Het is en blijft een roman.

Maar het zette me er wel toe aan om op zoek te gaan naar de echte  Julia Pirotte.

Een boeiend, graag gelezen boek!

https://www.trouw.nl/home/een-zwarte-bladzijde-uit-de-poolse-geschiedenis-wat-gebeurde-er-in-kielce-~ac4d31c0/

https://www.icp.org/browse/archive/constituents/julia-pirotte?all/all/all/all/0

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tweeduizendzoveel – Menno Wigman

Tweeduizendzoveel. Nacht. Krant. Lamp.
Zolang je letters leest werkt je verstand.

Mijn tv – die niet weet dat ik besta –
bewoont een kamer waar ik alles zie.

Zag laatst een leeszaal waar een meisje sliep
en droomde later van bibliotheken

waar ieder boek een boekwerk zat te lezen,
Proust om Lenin, Hitler om Warhol geeuwde.

Tweeduizendzoveel. Pixels, steeds meer pixels.
De nieuwsdienst pokert met je hoofd.

Geloof niet in vrede, geloof in roem,
de drift waarmee we alles overdoen.

En duizend dikke Elvissen maar stralen.
En juichend vaart een oorlogsbodem uit.

Te zeggen dat we niks geleerd… (volgt een citaat
verluchtigd met een woord als god, ras, haat).

Menno Wigman  (1966-2018)
uit: Mijn naam is Legioen, 2012

Tekening: Judith Vanistendael

 

Dag der zielen – Mike McCormack

Uitgelezen: Dag der zielen  –  Mike McCormack (2016)

de klok
de klok als
de klok horen als
de klok horen als ik hier sta
de klok die wordt gehoord als ik hier sta
hem horen slaan in het grijze licht van deze
morgen, middag of avond
god mag het weten
deze grijze dag als ik hier sta en
luister naar die klok midden op de dag, de midden op de
dag-klok, de Angelus klok midden op de dag, luiden in het grijze
licht naar
hier
als ik in de keuken sta
deze klok hoor luiden
die blijft haken in mijn hart en
de hele wereld samentrekt
tot het hier en nu
bleek en buiten adem na van ver te zijn gekomen om in
deze keuken te staan…’

Een poëtisch begin dat telt.

Het boek is opgebouwd uit één lange zin, een kralensnoer van mooie aaneengeregen woorden, een melancholische elegie 270 bladzijden lang, die je totaal inpalmt. Er zijn geen hoofdstukken, als leestekens alleen komma’s, maar met insprongen creëert de schrijver alinea’s.
Het ganse boek is doorademd van de Ierse geest.

Marcus Conway, een katholieke Ier van middelbare leeftijd, civiel ingenieur in het dorp Louisburgh in het West-Ierse graafschap Mayo, zit op 2 november, Allerzielendag, aan zijn keukentafel te wachten op zijn vrouw Maired, ze was zo attent om  twee kranten voor hem klaar te leggen. Hij luistert naar de Angelus klok en overdenkt zijn leven, de fouten die hij maakte.

Maired is lerares en een zeer plichtbewuste vrouw.
Zijn dochter Agnes en zoon Darragh zijn het huis uit.

Zijn ouders hadden een boerderij en als kind keek hij op naar zijn vader, een wijze vooruitziende man, die een tractor uit elkaar kon halen, insmeren en terug in elkaar zetten. Hij zag hierin ook de hand van God. Na de dood van zijn moeder vereenzaamt de oude man en verwaarloost zichzelf, laat niemand nog toe in zijn leven.

Voor zijn huwelijk was Marcus ’n paar jaar seminarist, wou priester worden, wat hem uiteindelijk niet lag. Hij begon een studie civiel ingenieur bouwkunde.
Hij kon indruk maken op Maired, een zeer intellectuele vrouw.
Maar in het begin van hun huwelijksleven, tijdens een congres in Praag, kon hij de verleiding niet weerstaan en was zijn vrouw ontrouw, wat hen bijna uit elkaar dreef.  Ze was zwanger van hun eerste kind, vertrok weer naar haar vader. Hij deed alle moeite om haar terug te winnen. En op een dag stond ze daar terug in de keuken, haar valiezen naast haar.  Ze maakten afspraken en na de geboorte van dochter Agnes stortten ze zich met al hun liefde op de opvoeding van hun kinderen, Agnes en hun zoon Darragh die 18 maanden later geboren werd.

De kinderen groeiden op, Agnes wordt kunstenares en Darragh maakte geen enkele studie af, verblijft in Australië waar hij rondreist en klusjes uitvoert. Af en toe skypet hij met zijn ouders.
Agnes en Darragh weten dat hij in zijn jonge jaren priester wou worden en plagen hem hier vaak mee.
Het huwelijk is geen onverdeeld succes, was niet altijd wat hij verwachtte. Maar nu ze weer met hun twee leven komen ze terug dichter bij elkaar.

Maar Marcus is tobberig en blijft zich altijd zorgen maken om zijn kinderen, ook op zijn werk loopt niet alles van een leien dak. Hij moet als bouwkundig ingenieur zorgen dat openbare werken perfect uitgevoerd worden. Er is corruptie door aannemers en de politiek die zich erin mengt. Hij voelt zich medeverantwoordelijk. Ook de crisis speelt ’n rol. Het geld is er niet meer, er moet bespaard worden, een crisis die niet alleen in Ierland maar in de hele wereld toeslaat.

Hij is onthutst op de vernissage van Agnes haar nieuwe tentoonstelling, contesterende teksten geschreven met haar eigen bloed, ze had als kind bloedarmoede, denkt hij bezorgd.
Na  een etentje met hun dochter in de stad waar Agnes woont, drinkt Maired  water, waardoor  ze een paar dagen later heel erg ziek wordt, ’n  virus dat,  zoals later blijkt veroorzaakt werd door het drinken van besmet water. ’n Groot deel van de bevolking van het stadje wordt ziek,  een waterreservoir is besmet wat enorme problemen meebrengt voor de inwoners, waarvoor geen oplossing gevonden wordt. Er is onvrede, er zijn betogingen. Ook hier speel Agnes ’n rol.

Marcus neemt ziekteverlof om voor zijn vrouw te zorgen. Maired, die nog nooit ziek was, is dagenlang ’n wrak en volledig van hem afhankelijk. Deze episode, waarin hij haar heel liefdevol verzorgt  wordt realistisch en aandoenlijk beschreven.

Maar eindelijk herwint ze wat krachten.  Hij zal met haar oude auto langs de kustweg, naar een apotheek in Westport rijden, om een versterkend tonicum voor haar te halen. Ze vraagt hem om ook appelsap mee te brengen en ze dankt hem:

Blz.246…
   ‘je hebt het goed gedaan
wat gedaan
voor mij zorgen, je hebt goed voor mij gezorgd, dank je wel daarvoor
ja…’  

Hij geniet van de rit naar het stadje die hem even uit het huis haalt, maar wil vlug terug bij Maired zijn:

Blz.249: …
‘het was een prachtige dag
met de zon hoog aan de hemel en de weg die zich voor mij door de blauwe lucht ploegde en verdween in de diepte van de dag aan de voet van Croagh Patrick rechts van mij en de groene zee links, het licht scheen zo klaterhelder van de bergen dat ik het onmiddellijk herkende als een van die spectaculaire dagen waarop de pracht van het hele gebied weer als nieuw is, de harmonie en samenhang van alle schaduwen en kleuren die zich naar de zee bewegen die daar als een spiegel lag helemaal over de baai tot aan Achill-eiland en Mulranny, een dag waarvan je je afvraagt hoe je hem ooit kunt vergeten want dat is wat er gebeurt als je zo vaak de kustweg afrijdt tussen Louisburgh en Westport, mijn ochtendroute naar het werk met de bergen die in een spectrum van blauwe en groene tinten afdalen tot in de ondiepe, door gletsjers uitgeslepen inham van Clew Bay, een weg die mij in de grijze hersencellen gegrift staat en zozeer deel van mij uitmaakt dat ik me soms uitdrukkelijk vermanen moest om alles weer echt te zien, wat ik die dag ook bewust deed om me goed te concentreren en alle bijzonderheden in mij op te nemen…’

De laatste bladzijden leiden tot een aangrijpende en huiveringwekkende climax.

Deze psychologische roman is een intense leeservaring die blijft nazinderen.  

‘Dag der zielen’ werd ook bekroond met de prestigieuze Goldsmiths Prize en behaalde de longlist van de Man Booker Prize 2017.

(Via Google Streetview bezocht ik virtueel deze prachtige streek in het West-Ierse graafschap Mayo, de beschreven stadjes, de berg Croagh Patrick, de kustweg, en  Clew Bay met alle kleine eilandjes ervoor.)

https://www.volkskrant.nl/boeken/mccormack-trakteert-lezer-op-boek-opgebouwd-uit-een-zin~a4544108/

 

 

 

 

 

 

 

Kust – Dick Hillenius

Elk ontstaan is op grensvlakken
druppels van de ene wereld uitspattend
en aanpassend aan de andere

toen het water stil werd en koeler
ontstond door de inval van licht leven
en waar de zee het land kust
(dans van eb en vloed, elke golf herhaalde paring)
beginnen telkens niewe landdieren
en ook de terugkeer van land naar zee
van lucht naar zee, naar land
elke grensovergang verrijkt
dwingt tot nieuwe eigenschappen

of is ontwikkeling niets dan opgeven van bereiktheden
steeds berooider worden, tastend naar wat een kern moest zijn
de reiziger een rollende steen

Dick Hillenius  (1927-1987)

Leuven en Museum M

Gisteren de eerste stralende lentedag gevierd in de mooie en oude studentenstad Leuven. De terrasjes zaten afgeladen vol, iedereen wilde wel wat zonnestralen opvangen.

Op de valreep bezochten we in Museum M de heel mooie tentoonstelling  van de expressionistische  schilder Edgard Tytgat (1879-1957). (link)
Tytgats favoriete onderwerpen waren het circus, kermissen, naakten en interieurs.

Ook de M-collectie – Beeldcultuur van toen en nu, is wondermooi. (link)

https://www.mleuven.be/nl/tytgat

https://www.mleuven.be/nl/mcollectie

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In den beginne – Wim Brands

In den beginne was er een verhaal over vertrekken
dat hij op een regenachtige maandagochtend
vertelde.

Hij huilde niet, jij ook niet, hij sprak alsof
hij je wilde bedanken, jou, omdat er
niemand anders was.

En toen was hij dan echt vertrokken.
Daar lag hij. Zoek mij niet, leek
hij te zeggen, ik ben de woestijn in,

naar het poolijs, op zoek naar God die
uiteindelijk de beste verhalen kent;
en mocht hij slapen

dan weet ik dat hij ook dan
onophoudelijk aan poëzie denkt.

Wim Brands  – 29/03/1959 – 4/04/2016
uit: ’s Middags zwem ik in de Noordzee, 2014

 

Grondstroom – Jan Vanriet

Verworteld
in ijdele waters
en toch het stof
van sterren

Wij schommelen
op de regelmaat
van planeten

Verwondering
is het doel
Wij noemen het geloof
en vertrouwen

Het is groots en genereus
Het is algemeen
Het is van ons

Wij gaan de goede richting uit
Wij kennen de weg, dit is ons terrein
Onze herkomst rekenen wij u niet aan

De verzuchting na een sombere winter:
in guirlandes over de ijspiste
kerstbomen verbranden
de reidans van de drumband
Voor de allerkleinsten
draait de paardenmolen
is er grime

O, het wemelt van herinneringen
en versuikerde wijn

Wij vinden ons terug
behouden in onze taal

Jan Vanriet
Uit: Moederland, 2016

http://www.knack.be/nieuws/boeken/jan-vanriet-schilder-van-het-woord/article-review-673969.html

Mee van de Bib

Zalige lentelucht en in het verlengde van het paasweekend werd het een feestelijk bezoek aan de Bib, gecombineerd met ’n wandeling langs een blauwgroene zee.

Meegebracht:

  • Tussen April en September – Tomas Espedal (belangrijke Noorse schrijver, heeft reeds 14 romans gepubliceerd, nu pas een vertaald in het Nederlands)
  • Dag der zielen – Mike McCormack (Ierse schrijver, roman bestaat uit één lange zin)
  • Honger – Roxane Gay (Amerikaanse schrijfster, haar persoonlijke verhaal en een pleidooi voor respect voor zwaarlijvige mensen)
  • De rivier van het bewustzijn – Oliver Sacks (essays over evolutie, tijd, creativiteit, herinnering, bewustzijn en ervaring)
  • Zwarte bladeren – Maja Wolny (Poolse romanschrijfster onderzoekt de zwartste bladzijden uit de Poolse geschiedenis)
  • De laatste getuigen – Svetlana Alexijevitsj (Kinderen in de Tweede Wereldoorlog)
  • Moederland – Jan Vanriet  (dichtbundel)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hier moet het zijn – Maggie O’Farrell

Uitgelezen: Hier moet het zijn (2016) van Maggie O’Farrell

Ik las in De Standaard der Letteren van 2 maart 2018 een goede recensie van Kathy Mathys over het recente memoir van Maggie O’Farrell:  ‘Ik ben ik ben ik ben’ (zie link),  (besteld bij mijn favoriete boekhandel). Ondertussen ‘Hier moet het zijn’, een van haar vorige fictieboeken,  meegebracht van de Bib.  Maggie O’Farrell die ik als schrijfster niet kende wist me direct te boeien, haar schrijfstijl spreekt me aan en ik ben van plan ook haar vorige boeken te lezen. Ik heb wel iets met Angelsaksische literatuur.

Motto: Wereld is krankzinniger en nog meer dan we denken,
Onverbeterlijk meervoudig. 
Louis MacNeice, ‘Snow’

De eerste zinnen:
Er is een man.
Hij staat op de trap achter het huis een sigaret te rollen. Het is een typisch wisselvallige dag, de tuin ligt er weelderig en glinsterend bij, de takken zijn zwaar van de regen, die nog steeds valt.
Er is een man en die man ben ik’.

Die man is hoofdpersoon Daniel en het boek gaat  over zijn nogal problematische  leven. Hij is New Yorker, heeft twee kinderen Niall en Phoebe, die hij door een scheiding niet meer ziet, hij woont nu in Ierland, is er gehuwd met Claudette Wells ’n vroegere filmster die wegvluchtte uit de filmwereld er daar verdoken en afgezonderd leeft, ze heeft een zoontje Ari uit een vroegere relatie met filmregisseur Timou, en zij en Daniel hebben twee kleine kinderen, Marithe en Calvin.
Daniel  hoort in een radioprogramma de stem van zijn vroegere grote liefde Nicola, die blijkbaar reeds lang overleden is, wat allerlei zaken in gang zet. Hij vliegt naar New York voor de verjaardag van zijn bejaarde vader, met wie hij nooit ’n goede band had, en besluit ook gebeurtenissen uit het verleden te ontrafelen. Hij zoekt zijn vroegere vriend Todd op met wie hij, in de periode van zijn relatie met Nicola, samen studeerde.

Het boek gaat over relaties, over het huwelijk, over trouw en ontrouw, over trauma’s en spanningen, over elkaar verliezen en proberen elkaar terug te vinden.
Het verhaal is niet chronologisch opgebouwd, de hoofstukken verspringen van heden naar verleden en weer terug, vanuit telkens andere personen, wat extra aandacht vraagt maar mij helemaal niet stoorde, je krijgt inzicht in het leven van de talrijke personages en alle puzzelstukjes vallen stilaan op hun plaats:
Daniel in Donegal, 2010;
Claudette, Londen, 1989, (leert er de Zweedse filmregisser Timou kennen die haar carrière in gang zet);
Niall, San Francisco, 1999  (de relatie tussen Niall, die een huidaandoening heeft,  en zijn vader die dan nog thuis woont);
Phoebe, Fremont, Californië, 2010  (jongere zus van Niall, samen hebben ze na jaren afwezigheid, een ontmoeting met hun vader Daniel);
Veilingcatalogus: Memorabilia Claudette Wells, Londen, 19 juni 2005;
Een telefoontje van Californië naar Donegal, 2010 (van Daniel naar Claudette);
Claudette, New York, 1993 (Claudette als filmster);
Lenny, Los Angelos, 1994 (Lenny, assistent van filmster Claudette Wells)
Marithe, Donegal, 2010;
Todd, de Scottisch Borders, 1986 (Todd,  studiegenoot van Daniel);
Lucas, Cumbria, 1995 (Lucas, broer van filmster Claudette Wells);
Daniel, Sussex, 2010;
Claudette, Goa, India, 1996 (Claudette als filmster);
Teresa, Brooklyn, 1944  (het verhaal van het ongelukkige huwelijk van de moeder van Daniel);
Daniel, Donegal, 2010;
Maeve, Cengdu China, 2003 (Maeve, de vrouw van Lucas en schoonzus van Claudette Wells,  gaat in China een adoptiebaby halen);
Ari, Suffolk, 2010;
Daniel, Brooklyn, 1986;
Daniel, Parijs,  2010;
Nicola en Daniel, Londen, 1986;
Niall, Donegal, 2013;
Claudette en Daniel, Donegal en Londen,2013;
Dalslan, Zweden, 2014 ( interview met filmregisseur Timou, vader van Ari,  over de vroegere verdwijning van zijn partner Claudette Wells);
Lucas, Londen, 2014;
Rosalind, Bolivia, 2015 (Rosalind, toeriste,  ontmoet Daniel en Niall die seismoloog is, op een tocht naar alar de Uyuni, een zoutwoestijn in de Boliviaanse Altiplano, Rosalind geeft Daniel goede raad);
Ari, Calvin en Martihe, Belfast, 2016;
Daniel, Donegal, 2016.

Graag gelezen, mooi gecomponeerd en boeiend boek, het leven zoals het is, met hoogtes en laagtes, met vreugde en verdriet, hier met een hoopvol einde.

https://www.amboanthos.nl/boek/hier-moet-het-zijn/

http://www.kathymathys.nl/maggie-ofarrell-ik-ben-ik-ben-ik-ben-de-standaard/

https://www.rondreis.nl/rondreis-bolivia/salar-de-uyuni/